Direct aanvragen

VAN MAANDAG 29 JULI T/M VRIJDAG 2 AUGUSTUS (WEEK 31) IS ONS KANTOOR I.V.M. DE VAKANTIEPERIODE GESLOTEN

Nieuwsartikelen - Sonell

Billijke vergoeding voor werknemer na opzegging wegens langdurige arbeidsongeschiktheid

De rechter kan een werknemer, wiens arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid is opgezegd, een billijke vergoeding toekennen als de opzegging het gevolg is van ernstig handelen of nalaten van de werkgever. Dat kan aan de orde zijn als de werkgever zijn re-integratieverplichtingen ernstig heeft verwaarloosd.

Hof Arnhem-Leeuwarden heeft een werknemer een billijke vergoeding toegekend omdat de werkgever in de beginperiode van de arbeidsongeschiktheid van de werknemer grote fouten heeft gemaakt en de re-integratieverplichtingen ernstig heeft veronachtzaamd. Het heeft te lang geduurd voordat de werkgever de arbodienst heeft ingeschakeld. Ondanks dat de werknemer door een ongeval niet inzetbaar was voor arbeid, heeft de werkgever hem door laten werken. De werkgever had eerst een deskundig medisch oordeel over inzetbaarheid van de werknemer moeten afwachten, voordat hij hem met werk belastte.

De onderlinge verhoudingen zijn verslechterd doordat de werkgever de auto van de zaak en andere bedrijfsmiddelen heeft ingenomen, zonder de werknemer een termijn te bieden om voor vervanging te zorgen. De werkgever heeft een loonstop opgelegd nadat discussie is ontstaan over wat passend werk is tijdens re-integratie. De voorzieningenrechter heeft geoordeeld dat de loonstop onterecht is opgelegd.

Het hof concludeert dat voldoende aannemelijk is dat het voortbestaan van de arbeidsongeschiktheid en de uiteindelijke opzegging van de arbeidsovereenkomst mede het gevolg is van het ernstig verwijtbare handelen van de werkgever. Het hof heeft aan de werknemer een billijke vergoeding toegekend van € 60.000.


Inhouding loonbelasting bij einde overgangsrecht levensloopregeling

De levensloopregeling in de loonbelasting is per 1 januari 2012 afgeschaft. Per die datum is overgangsrecht ingevoerd. Voor aanspraken met een waarde in het economische verkeer op 31 december 2011 van € 3.000 of meer hield dat in dat verdere opbouw nog mogelijk was. Het overgangsrecht liep aanvankelijk tot 1 januari 2022, maar is beëindigd per 1 november 2021. Die wijziging was opgenomen in de Wet overige fiscale maatregelen 2021.

Op 1 november 2021 nog bestaande aanspraken uit hoofde van een levensloopregeling zijn op die dag als loon uit tegenwoordige arbeid in aanmerking genomen zonder toepassing van de standaardloonheffingskorting. Het overgangsrecht heeft een fictief genietingsmoment gecreëerd op 1 november 2021. In 2013 en 2015 zijn er fiscaal vriendelijke afkoopregelingen geweest.

De belanghebbende in een procedure voor Hof Den Haag meende dat ten onrechte loonheffing is ingehouden over het saldo van zijn levensloopregelingen. Het feit, dat de loonstrook op 26 november 2021 is gedagtekend en dat het netto bedrag uit de levensloopregeling pas in 2023 aan hem is uitbetaald, betekent niet dat de inhouding van loonheffing ten onrechte heeft plaatsgevonden in november 2021. Het fictieve genietingsmoment van het overgangsrecht heeft naar het oordeel van het hof voorrang op het feitelijke genietingsmoment.

Het hof oordeelt dat het vervallen van de levensloopregeling en het bijbehorende overgangsrecht niet in strijd is met het recht op het ongestoord genot van eigendom, zoals dat volgt uit het Eerste Protocol bij het EVRM. Het einde van de regeling in 2021 was al in 2012 bekend gemaakt en er gold een ruime overgangsregeling. Dat de werkgever van de belanghebbende opname van het levenslooptegoed niet toestond zonder opname van verlof, waardoor hij geen gebruik van de fiscaal vriendelijke afkoopregeling heeft kunnen maken, wordt niet veroorzaakt door fiscale wetgeving.

Het hof heeft het hoger beroep van de belanghebbende ongegrond verklaard.


Voorstel wijzigingswet beperking toegang UBO-registers

Bij de Tweede Kamer is een voorstel ingediend tot wijziging van de Handelsregisterwet 2007 en de Implementatiewet registratie uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies. Het wetsvoorstel omvat een aanpassing van de regels rondom de toegang tot geregistreerde informatie van de uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s) van vennootschappen en andere juridische entiteiten. Deze aanpassing en de snelle invoering daarvan zijn noodzakelijk door een uitspraak van het Hof van Justitie EU in een prejudiciële zaak over het Luxemburgse UBO-register.

In deze uitspraak wordt een onderdeel van de Europese anti-witwasrichtlijn over de openbare toegankelijkheid van het UBO-register ongeldig verklaard. Dit onderdeel van deze richtlijn was reeds geïmplementeerd in de Nederlandse regelgeving. Het wetsvoorstel beperkt de toegang tot de Nederlandse UBO-registers tot de volgende partijen:

  1. partijen, die op basis van de anti-witwasrichtlijn verplichte toegang hebben;
  2. partijen die toegang krijgen in het belang van de naleving van sancties en het toezicht en de handhaving daarop;
  3. bestuursorganen en rechtspersonen met een overheidstaak waarvoor het in verband met een wettelijke of Europeesrechtelijke verplichting of bevoegdheid noodzakelijk is om UBO’s te achterhalen; en
  4. partijen, die staan ingeschreven in de UBO-registers, voor zover het hun eigen gegevens betreft.