Direct aanvragen

Van maandag 3 t/m vrijdag 7 augustus (week 32) is ons kantoor i.v.m. de vakantieperiode gesloten

Nieuwsartikelen - Sonell

Verlaging bijtellingskorting nulemissieauto geen schending grondbeginselen

Een man is in 2019 en 2020 in loondienst. Zijn werkgever bestelt op 28 januari 2019 een volledig elektrische auto, die op 20 januari 2020 wordt geleverd en op 24 januari 2020 op naam wordt gesteld. In zijn aangifte inkomstenbelasting 2020 geeft de man een bijtelling van 4% aan voor het privégebruik van de auto. De inspecteur wijkt hiervan af en verhoogt de bijtelling naar 8%.

Inbreuk op eigendomsrecht

De man betoogt dat de verlaging van de bijtellingskorting voor nulemissieauto's van 18 naar 14% per 1 januari 2020 een ongeoorloofde inbreuk maakt op zijn eigendomsrecht. Hij verwachtte 18% korting bij de bestelling in 2019, gebaseerd op openbare communicatie van de Rijksoverheid en de Belastingdienst. De snelle invoering van de verminderde bijtellingskorting benadeelde hem, omdat hij geen mogelijkheid had om te kiezen voor een auto met een kortere levertermijn.

De rechtbank verwijst naar een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 maart 2026. Hierin is geoordeeld dat de wetgever de gevolgen voor reeds gecommitteerde groepen heeft meegewogen. De wetgever beoogde oversubsidiëring te voorkomen, marktontwikkelingen te volgen en de tweedehandsmarkt te stimuleren. De rechtbank concludeert dat de wetgever binnen zijn ruime beoordelingsmarge is gebleven. De verlaging van de bijtellingskorting vormt geen ongeoorloofde inbreuk op het eigendomsrecht.

Vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel

De man meent ook dat de verlaging van de bijtellingskorting leidt tot schending van het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel. De rechtbank oordeelt dat er geen expliciete toezegging was dat de korting 18% zou blijven in 2020. Eventuele impliciete toezeggingen zijn gedaan door de staatssecretaris van Financiën in zijn hoedanigheid van medewetgever, niet als uitvoerder van de belastingwet. Burgers kunnen doorgaans niet redelijkerwijs verwachten dat belastingwetgeving ongewijzigd blijft.

Discriminatieverbod

De man voert tot slot aan dat de verlaging van de bijtellingskorting het discriminatieverbod schendt. Degenen die vóór juni 2019 een auto met lange levertijd bestelden, worden zwaarder belast dan degenen die na die datum een auto met kortere levertijd bestelden. De rechtbank overweegt dat de wetgever op fiscaal gebied een ruime beoordelingsvrijheid heeft. Zelfs als sprake zou zijn van gelijke gevallen, bestaat een objectieve en redelijke rechtvaardiging om deze gevallen verschillend te behandelen. Deze rechtvaardiging is gelegen in het feit dat de verlaging van de bijtellingskorting afhankelijk is gesteld van de datum van tenaamstelling van de auto en de wens van de wetgever om oversubsidiëring van nulemissieauto's te voorkomen.


Gewetensbezwaren tegen militaire uitgaven geen reden voor minder belasting

Een vrouw heeft gewetensbezwaren tegen het betalen van belasting, omdat een deel van het belastinggeld wordt gebruikt voor militaire uitgaven. Daarom vindt zij dat zij minder schenk- en erfbelasting zou moeten betalen. De inspecteur wijst haar bezwaar af.

Vrijheid van gedachte en geweten

De vrouw beroept zich op de vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst, zoals vastgelegd in internationale verdragen. De rechtbank begrijpt dat haar bezwaren voortkomen uit een oprechte en diepgewortelde overtuiging. Toch betekent dit recht niet dat iemand mag weigeren belasting te betalen, omdat hij of zij het oneens is met de manier waarop de overheid het geld besteedt.

Algemene belastingplicht

De verplichting om belasting te betalen is algemeen. Dat betekent dat een individu niet zelf kan bepalen aan welke overheidsuitgaven zijn of haar belastinggelden wel of niet worden besteed. Als iedereen dat zou mogen doen, zou het belastingstelsel niet uitvoerbaar zijn. Wie het niet eens is met bepaalde overheidsuitgaven, kan daar via de politiek aandacht voor vragen. De rechtbank oordeelt dat de gewetensbezwaren van de vrouw geen reden zijn om haar schenk- en erfbelasting te verlagen.


Personal training dga en de arbovrijstelling

Een bv krijgt een naheffingsaanslag loonheffingen met belastingrente en een verzuimboete opgelegd over de jaren 2018 t/m 2020. De inspecteur corrigeert de kosten voor personal training en sportschoolabonnementen van de dga en zijn echtgenote. De dga vindt dat deze kosten onder de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen vallen. De werkgever zorgt hiermee voor de gezondheid van zijn werknemers, wat verplicht is volgens de wet.

Arbowet en gezagsverhouding

De dga is directeur en enig aandeelhouder van de bv en tevens de enige werknemer. De bv heeft een 51%-belang in een andere bv, waar de echtgenote van de dga in dienst is. De inspecteur stelt dat de dga een zelfstandige is en dat de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) niet van toepassing is. De rechtbank oordeelt echter dat er wel sprake is van een gezagsverhouding tussen de bv en de dga, waardoor de Arbowet van toepassing is. Het is niet relevant of materieel sprake is van een gezagsverhouding.

Gerichte vrijstelling en partner

De bv stelt dat de kosten voor personal training en het sportschoolabonnement van de dga onder de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen vallen. De rechtbank volgt dit standpunt. Daarbij wijst zij erop dat sinds de wetswijziging het direct-verbandcriterium niet langer onderdeel uitmaakt van de vrijstelling voor arbovoorzieningen. Onder de omstandigheden van deze zaak kunnen de kosten van de dga daarom onder de gerichte vrijstelling vallen. De kosten voor de partner van de dga vallen hier echter niet onder, omdat zij geen werknemer van de bv is.

Werkplek

De inspecteur betwist ook dat de voorzieningen op de werkplek zijn verbruikt. De rechtbank stelt vast dat arbovoorzieningen ook buiten de werkplek onder de gerichte vrijstelling kunnen vallen. Verder slaagt het standpunt van de inspecteur over de gebruikelijkheidstoets niet, omdat hij dit onvoldoende met data onderbouwt.

Wetswijziging vanaf 2022

Deze uitspraak heeft betrekking op de jaren 2018 t/m 2020. Per 2022 is de gerichte vrijstelling voor arbovoorzieningen aangescherpt. Tot dat moment gold de vrijstelling voor voorzieningen die rechtstreeks voortvloeiden uit het arbobeleid van de werkgever. Vanaf 2022 geldt de vrijstelling alleen nog voor voorzieningen die direct samenhangen met een verplichting van de werkgever op grond van de Arbowet. Hierdoor is het de vraag of de kosten van een sportschoolabonnement en personal training na 2021 nog onder de gerichte vrijstelling kunnen vallen.