Direct aanvragen



Nieuwsartikelen - Sonell

Arbeidsovereenkomst als fiscaal instrument afgewezen

In 2010 ondertekenen een man en zijn echtgenote een document getiteld 'arbeidsovereenkomst'. Hierin staat dat de vrouw per 1 januari 2010 in dienst treedt bij de persoonlijke holding van de man, met een brutoloon van € 3.049,40 per maand en een arbeidsduur van 40 uur per week. In januari 2025 schrijft de man aan de vrouw dat hij alle taken van haar overneemt. Haar salaris wordt voorlopig doorbetaald. 

Fiscaal vehikel 

De vrouw reageert hierop dat zij niet zonder reden mag worden ontslagen. Zij is van maning dat haar salaris moet doorlopen totdat er alimentatieafspraken zijn. Met ingang van november 2025 stopt de bv met de betalingen aan de vrouw. De vrouw verzoekt de kantonrechter om de opzegging te vernietigen. Ook wil zij dat de bv haar salaris doorbetaalt. De bv betwist dat er een arbeidsovereenkomst is. De bv stelt dat het document uitsluitend een fiscaal vehikel betreft.

Geen verplichting tot arbeid

De vrouw verricht administratieve werkzaamheden voor de bv en andere vennootschappen van de man. Het blijkt echter niet dat zij hiertoe op grond van een overeenkomst verplicht is. De kantonrechter acht het aannemelijk dat zij dit doet vanuit de affectieve relatie. Dit is onderdeel van een taakverdeling tussen echtelieden. De vrouw verklaart gemiddeld twee uur per maand te werken. De overeenkomst vermeldt echter 40 uur per week. Dit wijst erop dat het niet de bedoeling is dat de vrouw de overeengekomen uren daadwerkelijk werkt.

Geen loon

De vrouw ontvangt jarenlang maandelijks een bedrag onder de noemer salaris, met loonstroken. Dit betekent echter niet automatisch dat sprake is van loon in de zin van een arbeidsovereenkomst. De bv stelt dat de 'arbeidsovereenkomst' uitsluitend een fiscaal vehikel is. Het doel is om de vrouw maandelijks een bedrag uit te keren dat in de gezamenlijke pot terechtkomt. De vrouw weerspreekt dit onvoldoende. De hoogte van het bedrag hangt niet af van het aantal gewerkte uren. Het is bepaald op advies van een fiscaal adviseur. De kantonrechter acht de toelichting van de bv aannemelijk. Zij oordeelt dat de betalingen niet kwalificeren als loon.

Geen gezagsverhouding

Een gezagsverhouding tussen levenspartners ligt niet voor de hand. De vrouw onderbouwt onvoldoende dat hiervan sprake is. De overeenkomst vermeldt wel een instructiebevoegdheid. Het blijkt echter niet dat de bv hiervan gebruikmaakt. De overgelegde correspondentie toont geen gezagsverhouding aan. Hierin vraagt de man de vrouw om geldbedragen over te maken of banksaldi te controleren. De vrouw is vrij in de wijze en tijdstippen waarop zij werkzaamheden uitvoert. Ook blijken er geen afspraken over werktijden of vakanties.

Geen arbeidsovereenkomst 

De kantonrechter concludeert dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst tussen de partijen. Alle verzoeken van de vrouw worden afgewezen. Het tegenverzoek van de bv tot teruggave van de auto wordt ook afgewezen. Dit betreft een privéaangelegenheid tussen de man en vrouw. Deze moet in de echtscheidingsprocedure worden beantwoord.


Minimumuurloon per 1 juli 2026 naar € 14,99

De bedragen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag worden halfjaarlijks gewijzigd. Per 1 juli 2026 bedraagt het minimumuurloon voor iemand van 21 jaar of ouder € 14,99.

Minimumjeugdloon

Voor mensen die jonger zijn dan 21 jaar, gelden van het wettelijk minimumuurloon afgeleide bedragen.

Leeftijd Staffeling Per uur

21 jaar en ouder

100,0%

€ 14,99

20 jaar

80,0%

€ 11,99

19 jaar

60,0%

€ 8,99

18 jaar

50,0%

€ 7,50

17 jaar

39,5%

€ 5,92

16 jaar

34,5%

€ 5,17

15 jaar

30,0%

€ 4,50

Bbl

Voor werknemers, die werkzaam zijn op basis van een arbeidsovereenkomst in de beroepsbegeleidende leerweg (bbl), gelden in de leeftijd van 18 tot en met 20 jaar afwijkende bedragen.

Leeftijd Staffeling Per uur

 20 jaar

 61,5% 

 € 9,22 

 19 jaar

 52,5% 

 € 7,87 

 18 jaar

 45,5% 

 € 6,82 

Referentiemaandloon

Het referentiemaandloon, dat wordt gebruikt voor het vaststellen van de hoogte en de indexatie van diverse uitkeringen, bedraagt per 1 juli 2026 bruto € 2.337,00 per maand.


Kosten exact gelijk aan omzet? Hof gelooft het niet

Een dga stelt dat zijn bv structureel verlies lijdt en dat daarom geen gebruikelijk loon in aanmerking hoeft te worden genomen. Hof Amsterdam gelooft hem niet. De aangiften vennootschapsbelasting (vpb) tonen jarenlang kosten die nagenoeg exact gelijk zijn aan de omzet. Dat is zonder nadere toelichting onwaarschijnlijk. Bovendien ontbreken banksaldi en eigen vermogen op de balansen, terwijl de bv wel een bankrekening heeft.

Geen aangifte loonheffingen

De bv verhuurt onroerend goed. De dga is enig aandeelhouder en bestuurder. Hij verricht werkzaamheden voor de bv, waaronder het aangaan van huur- en koopovereenkomsten. De bv heeft zich niet aangemeld als inhoudingsplichtige en heeft geen aangiften loonheffingen ingediend. De dga ontvangt wel loon via een payrollbedrijf, maar die loonkosten zijn niet doorberekend aan de bv. De inspecteur legt een naheffingsaanslag op van € 13.210, gebaseerd op een gebruikelijk loon van € 28.125 over 2017 en 2018 gezamenlijk. Daarbij past de inspecteur een deeltijdfactor van 50% toe.

Beroep op structureel verlies

De bv stelt dat zij in de betreffende jaren geen winst heeft behaald en dat op die grond geen gebruikelijk loon in aanmerking hoeft te worden genomen. De omzet schommelt volgens de bv al jaren rond de € 17.000. De inspecteur betwist dit. Uit de aangiften vennootschapsbelasting over 2019 tot en met 2024 blijkt dat de omzet beduidend hoger is: tussen de € 25.000 en € 66.000 per jaar.

Onwaarschijnlijke kostenpatronen

Het hof oordeelt dat de bv niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van een langdurige verliessituatie. In de aangiften vennootschapsbelasting over 2019 tot en met 2024 zijn de kosten telkens nagenoeg gelijk aan de omzet. Dat is zonder adequate toelichting van de bv op z’n minst genomen onwaarschijnlijk. Bovendien bevatten de balansen geen banksaldi, terwijl vaststaat dat de bv wel een bankrekening heeft. Ook ontbreekt een eigen vermogen op de balansen. De bv heeft voor deze constateringen geen adequate verklaring gegeven.

Inspecteur vpb nam gebruikelijk loon als kosten

De inspecteur loonheffingen heeft telefonisch contact gehad met de inspecteur vpb. Die verklaarde dat bij de aanslagen vpb over 2019, 2020 en 2021 de door de bv opgevoerde kosten afdoende onderbouwing missen. De inspecteur heeft daarom in elk van die jaren een gebruikelijk loon als kosten in aanmerking genomen. Daarvan uitgaande is een structureel verlies voor die jaren niet aannemelijk geworden.

Onderbouw de verliessituatie

Deze uitspraak laat zien dat een beroep op een structurele verliessituatie om het gebruikelijk loon te verlagen een goede onderbouwing vereist. Aangiften waarin de kosten telkens exact gelijk zijn aan de omzet roepen vragen op. Incomplete balansen versterken het wantrouwen.