Vanaf 2027 krijgen werkgevers geen geld meer terug van de overheid voor de transitievergoeding die ze betalen bij ontslag als gevolg van arbeidsongeschiktheid. Dit geldt ook voor de compensatieregeling bij bedrijfsbeëindiging vanwege pensionering of overlijden van de werkgever. Aanvankelijk werd voorgesteld de regeling te beperken tot kleine werkgevers. Het kabinet heeft nu voor een algehele afschaffing gekozen.
Werknemers krijgen meer inzicht in de loonverschillen tussen mannen en vrouwen op hun eigen werkvloer. Ook moeten werkgevers straks een objectief systeem hebben voor het waarderen en indelen van de functies in hun organisatie. En er komt een verbod om in gesprekken over arbeidsvoorwaarden te vragen naar het laatstverdiende salaris. De minister van SZW heeft onlangs een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer dat dit regelt. Het is de bedoeling dat het wetsvoorstel op 1 januari 2027 in werking treedt.
Als het wetsvoorstel wordt aangenomen, moeten bedrijven en organisaties met meer dan 100 werknemers regelmatig gaan rapporteren over het loonverschil in hun organisatie. Op een website van het ministerie kunnen werknemers deze informatie ook zelf opzoeken. Met deze gegevens kan er een vergelijking worden gemaakt tussen bedrijven of sectoren. Het kabinet wil het op deze manier makkelijker maken verschillen aan te kaarten en hier op de werkvloer een gesprek over te hebben.
Het wetsvoorstel ligt nu bij de Tweede Kamer. Als na de Tweede Kamer ook de Eerste Kamer instemt, kan het per 1 januari 2027 in werking treden. De eerste groep werkgevers, bedrijven en organisaties met ten minste 150 werknemers, moet dan uiterlijk 7 juni 2028 rapporteren over de loonverschillen in het kalenderjaar 2027. Werkgevers met 100 tot 150 werknemers moeten voor het eerst in 2031 rapporteren over de verschillen in 2030.
De Arbeidsinspectie houdt toezicht op de naleving van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Door gebrekkige administratie bij de werkgever is niet altijd vast te stellen of er sprake is van onderbetaling. In deze gevallen kan de Arbeidsinspectie wel een boete opleggen voor het niet of niet tijdig verstrekken van de gevraagde informatie. Omdat de onderbetaling niet kan worden vastgesteld, krijgen deze werknemers niet het loon waar ze recht op hebben. De minister van SZW wil via twee verschillende manieren ervoor zorgen dat mensen wel krijgen waar ze recht op hebben. Dit moet in de wet geregeld worden via een zogeheten rechtsvermoeden. Via het rechtsvermoeden wordt de bewijslast omgedraaid.
Als de Arbeidsinspectie vermoedt dat werknemers te weinig betaald krijgen en de werkgever de gevraagde administratie niet toont, mag ze een fictieve onderbetaling van het loon berekenen. Daarna kan ze de werkgever verplichten om dit geld alsnog te betalen. Zo helpt het rechtsvermoeden werknemers om hun loon daadwerkelijk te ontvangen. Ook in de rechtszaal is het de werkgever die straks moet bewijzen dat het wettelijk minimumloon wel is betaald. Op dit moment ligt de bewijslast nog bij de werknemer. Werknemers ervaren dat het lastig is om aan te tonen dat er sprake is van onderbetaling. Zeker wanneer de werknemer weinig documenten heeft ontvangen van de werkgever. De komende maanden zal de minister het rechtsvermoeden verder uitwerken tot een wetsvoorstel.