De aanvraagtermijn voor huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget over 2025 is met vier maanden verlengd. De aanvraagtermijn voor deze toeslagen loopt nu tot en met 31 december 2026. Voorheen was het mogelijk deze toeslagen aan te vragen tot en met 1 september van het daaropvolgende jaar. Nu hebben mensen na afloop van een kalenderjaar nog een volledig jaar de tijd om te checken of zij recht hebben op toeslagen en deze alsnog aan te vragen. Deze verruiming maakt het ook gemakkelijker om een aanvraag te doen op basis van de definitieve aanslag inkomstenbelasting 2025. Veel mensen ontvangen deze aanslag in de zomer. Voor ondernemers met uitstel voor het doen van belastingaangifte geldt een uitzondering. Zij kunnen toeslagen aanvragen tot de datum waarop hun uitstel afloopt.
Voor kinderopvangtoeslag gelden andere aanvraagtermijnen. Deze toeslag kan maximaal drie maanden met terugwerkende kracht worden aangevraagd.
Een ondernemer krijgt te maken met naheffingsaanslagen loonheffingen inclusief belastingrente over 2019 en 2020. Het boekenonderzoek, dat hieraan voorafging, startte later dan gepland door coronamaatregelen. De ondernemer is van mening dat over de periode van uitstel geen belastingrente in rekening mag worden gebracht.
De inspecteur kondigt op 2 maart 2020 een boekenonderzoek aan naar de aangiften loonheffingen over de jaren 2019 en 2020. De startdatum is gepland op 25 maart 2020. Vanwege de ingestelde coronamaatregelen stelt de inspecteur voor de afspraak te annuleren en opnieuw in te plannen zodra de situatie dit toelaat. Na diverse pogingen om een nieuwe afspraak te maken, waarbij ook de ondernemer uitstel vraagt en de inspecteur een afspraak annuleert door aangescherpte maatregelen, start het boekenonderzoek uiteindelijk pas twee jaar later, op 26 april 2022.
De ondernemer stelt dat over de periode van vertraging in de start van het boekenonderzoek geen belastingrente in rekening mag worden gebracht. De naheffingsaanslag is hierdoor veel later opgelegd, wat niet aan de ondernemer te wijten is.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Loonheffing is een aangiftebelasting. Dit betekent dat de ondernemer als inhoudingsplichtige verantwoordelijk is voor het tijdig betalen van het juiste bedrag aan verschuldigde belasting. Omdat niet naar de juiste bedragen aangifte is gedaan en te weinig loonheffing is betaald, legt de inspecteur de naheffingsaanslag op en brengt daarbij belastingrente in rekening. De ondernemer had de belastingrente kunnen voorkomen door juiste aangiften te doen. De lange duur door de coronamaatregelen is niet aan de ondernemer te wijten, maar ook niet aan de inspecteur. Bovendien gold in de periode van 1 juni 2020 tot en met 30 september 2020 een verlaagd percentage belastingrente van 0,01%.
Een werknemer maakt vanaf 1 oktober 2021 gebruik van de 30%-regeling. Zijn dienstverband eindigt op 31 oktober 2022. Vrijwel direct solliciteert hij bij een nieuwe werkgever. De sollicitatieprocedure loopt echter vertraging op door omstandigheden aan de kant van de werkgever. Hierdoor komt de arbeidsovereenkomst pas op 16 februari 2023 tot stand. De werknemer en zijn nieuwe werkgever verzoeken om voortzetting van de 30%-regeling.
De inspecteur wijst het verzoek af, omdat meer dan drie maanden zijn verstreken tussen beide dienstverbanden. De werknemer betoogt dat de vertraging buiten zijn schuld ligt en dat de afwijzing onterecht is. Het hof oordeelt dat de inspecteur het verzoek terecht heeft afgewezen. Dat de vertraging in de sollicitatieprocedure volledig buiten de invloed van de werknemer ligt, doet niet ter zake. De regeling biedt geen ruimte om rekening te houden met de verwijtbaarheid van de termijnoverschrijding. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt niet. De wetgever is met de driemaandstermijn binnen de grenzen van zijn bevoegdheid gebleven. Bovendien moet bij een tijdig verzoek alsnog aannemelijk worden gemaakt dat de werknemer kwalificeert als ingekomen werknemer, wat in deze procedure niet is gebeurd.